|
Provinciale Zeeuwse Courant, 24 maart
1998
|
||
|
Samenleving in hout
gevat |
||
![]() |
||
| Jan Goossen
aan het werk in zijn atelier |
||
| BRESKENS -
Het groeiproces van hout laat zichtbare sporen na, die Jan Goossen
dankbaar benut als hij dat hout met zijn handen vormt tot sculpturen. de
zo gegroeide vormen zijn nog altijd nauw verwant aan de lijnen in de
natuur. Bressiaander Goossen zoekt bewust naar dat verband. Tevens
verbeeldt hij zijn gedachten in zijn werk. Een nauwkeurige beschouwing
leert dat elke holling of bolling een betekenis heeft. Jan
Goossen (62) is opgeleid tot meubelmaker. het vakmanschap en de kennis
van hout bezit hij al lang. Uit liefhebberij en met een praktisch doel
voor ogen begon hij in zijn schuurtje hout te bewerken. Hij viel te veel
in herhaling vond hij op een gegeven moment, waarop hij besloot naar de
kunstacademie in Eeklo te gaan. "Je moet opnieuw leren kijken, zien
hoe een lijn verloopt, verbaasd staan over je eigen onkunde." Uit
die periode stammen figuratieve werken als onderdeel van de opleiding.
Nu zegt Goossen daarover: "Het is niet meer dan een kopie van de
werkelijkheid, ambachtelijk kunnen zonder fantasie." |
Behalve in de beginfase, als een cirkelzaag het ruwe hout op de
juiste lengte maakt, is alles handwerk. Allereerst worden met een guts
de grove lijnen gekapt, zonder hulpmiddelen. Wanneer de mentale
voorstelling erg ingewikkeld is, wil Goossen nog wel eens een kleimodel
maken. Soms is de ruimte tussen twee delen zo nauw dat het erg veel
precisie en geduld vergt om geen brokken te maken. Daarna worden alleen
nog schraapstalen en schuurpapier gebruikt. Zijdeglad voelen de meeste
beelden aan, prettig om aan te raken. Een enkele keer laat Goossen een
deel van de ruwe bast zitten of gebruikt hij ook de boomwortels in zijn
sculpturen. Het resultaat oogt dan veelal minder vriendelijk en zacht.
|
|