|
OORSPRONKELIJK
meubelmaker van beroep en tot vorig jaar werkzaam op een jachtwerf, had
Jan Goossen uit Breskens nooit gedacht dat hij nog eens een plaatsje in
de kunstwereld zou veroveren. Tot zijn eigen verbazing lukte het en nog
razendsnel ook. Twee beelden in de open lucht, een in Sluis en een in
Breskens, behoren inmiddels tot het openbaar kunstbezit. Betonnen
beelden, omdat ze regen en wind moeten weerstaan. Maar zijn grote passie
is werken in hout.
Op de dijk die door Breskens
snijdt en bij zwaar weer het water uit de vissershaven moet tegenhouden,
staat een beeld ´Het Verwoestende Water´. Het staat er als herinnering
aan de Watersnoodramp van 1 februari 1953. Twee golven sluiten dreigend
een gestileerd mensfiguurtje in dat het hoofd boven water probeert te
houden. Lukt niet, want het beeld is volgegooid met troep: een kapot
bierglas, ijsstokjes, papiertjes, een bananeschil. De afvoer is daardoor
verstopt, de gestrekte armen komen nauwelijks meer boven de vervuiling
uit.
Jan Goossen, de ontwerper van het beeld, vindt het weliswaar niet leuk,
maar heet is al erger geweest. "Tijdens de visserijfeesten zat het
helemaal vol met afval." Hij laat het model zien waarmee hij vorig
jaar de opdracht won en als amateur drie professionele kunstenaars
achter zich liet. Gegoten in beton kreeg het monument gestalte, maar
zijn vrouw laat er geen misverstand over bestaan. "Eigenlijk werkt
hij het liefst in hout".
Abstract.
Dat is te zien. Verschillende soorten houten beelden sieren de woonkamer
en het achterliggende atelier. Soms figuratief, vaker abstract. In esse-,
in ebbe-, notehout tot zelfs het hout van een gouden regen toe. "Het
ligt eraan wat ik te pakken kan krijgen, maar het moet in ieder geval
hardhout zijn".
Zijn eerste tentoonstelling was drie jaar geleden in het streekmuseium
in IJzendijke. Altijd al met hout bezig geweest, werd hij er door zijn
vrouw toe aangespoord om aan de expositie "Houtsnijwerk uit eigen
streek" deel te nemen. "Ik was verbaasd over de positieve
reacties die ik kreeg. Ik deed het voor mijn eigen plezier, dus dat had
ik helemaal niet verwacht. Het was trouwens al een verrassing toen ik
binnenkwam op de opening. Ze bleken een van mijn beelden te hebben
gebruikt voor het affiche"
Van het een kwam het ander en voor hij
het wist stond zijn werk tentoon op de landelijke rondreizende expositie
Ópen Dag Hout´, toen die in Roosendaal neerstreek. "Ik kreeg weer
veel reacties en ja, dan ga je er ook zelf een beetje in geloven".
Zijn deelname aan de ´Kunst, geen kunst´ tentoonstelling in Oostburg/IJzendijke
vorig jaar, bracht hem in contact met Jose van Zuilekom, houdster van
galerie Marquante. "Op de vraag of ik nog meer had, zei ik, kom
maar eens bij me thuis kijken", vertelt Goossen.
|
|
Produktie.
Dat deed ze en ze wilde meteen van alles meenemen om in de galerie ten
toon te stellen. "Maar ik zei, wacht even. Ik raakte net zonder
werk. Tot dan toe had ik alles in mijn vrije uurtjes gemaakt, voor
mezelf. Maar nu kreeg ik meer tijd voor meer produktie. "uiteindelijke
belandde daarvan een deel op een drie maanden durende expositie die
afgelopen zomer in marquante te zien was.
Intussen had het monument in Breskens zijn plaats gekregen, maar dat
was niet zijn eerste beeld in de open lucht. Plaatsgenoot en
collega-kunstenaar Jaap Boekhout had een jaar eerder een modelletje van
Goossen laten zien in Sluis. Het was een beeld van een waternimf en het
ontlokte de Sluise ambtenaar J. Naeye meteen de reactie; zoiets zou mooi
staan in onze Meerminnestraat!
Aldus geschiedde. Op 19 december 1992 vond de onthulling plaats. Die
kreeg nog een merkwaardig tintje, want toen het doek van het beeld werd
afgehaald, bleek dat iemand er een bordje aan had gehangen met de naam
´Najade´. "Een waternimf uit de Griekse mythologie. Ik ben er
nooit achter gekomen wie dat heeft gedaan. Het is trouwens weggehaald.
Aan een kant wel jammer, want ik vond het best een toepasselijke naam".
Kijken
Hij mag dan amateur zijn, helemaal zonder opleiding ging het toch niet.
"Ik had altijd wel creatieve ideën, maar die strandden op de
uitvoering. Om die reden ben ik naar de kunstacademie in Eeklo gegaan.
Ik heb er drie jaar beeldhouwen gedaan. Daar heb ik veel van opgestoken,
je leert opnieuw naar dingen kijken." Uit die periode stamt zijn
figuratief werk, mensfiguren die als studieobject werden gemaakt. Zijn
voorkeur gaat echter uit naar abstract. "Ik ben niet in het
figuratieve doorgegaan. Zelfs als je voor honderd procent slaagt, blijft
het een kopie van de werkelijkheid. het is vooral kunde in plaats van
kunst. Voor mezelf vind ik meer voldoening in abstract werk. Figuren
zijn niet meer herkenbaar, maar je kunt er veel meer begrippen mee
uitdrukken."
Dat is ook Goossens werkwijze. Hij heeft één bepaalde gedachte en
probeert die in hout vorm te geven. "Soms werk je mee met het
materiaal, laat je het zijn eigen vorm geven. Maar meestal heb ik vantevoren een idee. Dat is het voordeel van hout, het werkt je nooit
tegen, het werkt altijd mee. En bij heel moeilijk bewerkbaar hout is
het in mijn voordeel dat ik meubelmaker ben geweest. je weet dan altijd
wel een foefje om het toch voor elkaar te krijgen.
|